Laatste updates
Dreigend faillissement? Denk aan melding betalingsonmacht
Veel ondernemingen ondervinden nadelige gevolgen van de economische crisis. Nog zeer onlangs, op 13 augustus 2012, liet het CBS weten dat er alleen al in juli 725 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet zijn verklaard. Dat is een uitzonderlijk hoog aantal. In de eerste 7 maanden van 2012 gingen 4475 bedrijven en instellingen failliet. Dat is bijna 30 procent meer dan in dezelfde periode van 2011. Met deze feiten in het achterhoofd is het des te belangrijker dat bestuurders attent zijn op het tijdig melden van betalingsonmacht, zo meldt Flynth Belastingadviseurs.
Denk aan aparte melding betalingsonmacht door bestuurders
Kan een bv (of stichting, nv of ander rechtspersoon) niet tijdig betalen, dan is het onder strikte voorwaarden mogelijk om uitstel van betaling te krijgen. Het is daarnaast echter ook belangrijk dat een bestuurder tijdig een aparte melding betalingsonmacht moet doen. De bestuurder kan in privé hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor belasting- en premieschulden van zijn bv.
Het gaat daarbij vooral om loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet, omzetbelasting en premies voor het bedrijfspensioenfonds. Aan de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de genoemde schulden kan de bestuurder in de meeste gevallen ontkomen door een tijdige melding betalingsonmacht bij de Belastingdienst en/of het Bedrijfspensioenfonds.
Van een tijdige melding is sprake als de bestuurder de melding doet, binnen twee weken, ná de dag waarop de betalingsonmacht is ontstaan. Vaak is dat het tijdstip waarop de premies en/of de belasting behoorde(n) te zijn afgedragen of voldaan had(den) moeten worden. Voorwaarde is wel dat de bestuurder alle verschuldigde belastingen in de gedane aangifte heeft verantwoord. Voor het deel dat de bestuurder niet in zijn aangifte heeft verantwoord, geldt de melding van betalingsonmacht niet!
Sinds medio 2010 moet de bestuurder een dergelijke melding schriftelijk doen. Dat kan digitaal via het eigen domein op de website van de Belastingdienst, via een speciaal te downloaden formulier van de site van de Belastingdienst óf via een brief.
Heeft de bestuurder een rechtsgeldige melding gedaan, dan is hij alleen aansprakelijk als de Belastingdienst aannemelijk weet te maken dat het niet betalen van de belastingen en premies het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat aan de bestuurder te wijten is en wel in de periode van drie jaren voorafgaande aan het tijdstip van de rechtsgeldige mededeling van betalingsonmacht.
Heeft de bestuurder geen rechtsgeldige melding gedaan, dan is hij aansprakelijk tenzij hij zèlf aannemelijk kan maken dat het hem niet te verwijten is dat er geen rechtsgeldige melding is gedaan. Slaagt de bestuurder daarin, dan moet hij ook nog aannemelijk maken dat er geen sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Coulanceregeling uitstel van betaling
Met het oog op de crisis geldt er sinds mei 2009 een tijdelijke regeling op grond waarvan de bestuurder eerder kan aankloppen bij de Belastingdienst om uitstel van betaling te krijgen. Aan deze tegemoetkoming zijn wel de nodige voorwaarden verbonden.
Zo moet onder andere de onderneming levensvatbaar zijn en moet de bestuurder de belastingschuld wel op termijn kunnen voldoen. Ook moet hij concreet kunnen aangeven voor welke periode hij het uitstel van betaling nodig heeft. Tot slot moet een derde deskundige een verklaring opstellen, waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de bestuurder aan de gestelde vereisten voldoet. Zonodig moet hij aan de Belastingdienst een zekerheidsverklaring verschaffen waarin óók aannemelijk gemaakt moet worden dat de bestaande betalingsmoeilijkheden direct veroorzaakt zijn door de economische crisis! Gevolg is dat de stringente voorwaarden waaronder de ontvanger uitstel van betaling kan verlenen in individuele gevallen soepeler kunnen worden toegepast.
Let op: vrijwaring inlenersaansprakelijkheid
Het grote aantal faillissementen vergroot ook de kans om aansprakelijk te worden gesteld voor de inleners- of ketenaansprakelijkheid. Sinds 1 juli 2012 bestaat mogelijkheid tot vrijwaring bij de inlenersaansprakelijkheid.