Nieuwe standpunten in lijfrentebesluit

Door de staatssecretaris van Financiën is op 13 juni 2012 een nieuw lijfrentebesluit uitgebracht. Welke nieuwe zaken bevat dit besluit?

Dit besluit (Besluit van Financiën 13 juni 2012, nr. BLKB2012/238) vervangt het eerdere lijfrentebesluit uit 2010. Het nieuwe besluit is op 23 onderdelen aangepast ten opzichte van het oude besluit. Het betreft met name een actualisering van het oude besluit met aanvullingen van beleidsstandpunten over de lijfrentespaarrekening en het lijfrentebeleggingsrecht. Ook zijn beleidsstandpunten opgenomen in verband met wetswijzigingen. Deze aangepaste standpunten zijn voor het merendeel in de praktijk al bekend.

Hieronder een aantal van deze standpunten:

  • De vergoeding die een tussenpersoon rechtstreeks ontvangt van een klant voor zijn advies, mag als premie dan wel inleg op een lijfrentepolis of -spaarrekening worden beschouwd en is derhalve binnen de jaarruimte en/of reserveringsruimte aftrekbaar. Er wordt een opsomming gegeven van de werkzaamheden die een tussenpersoon kan verrichten waarvan de beloning door de klant wordt gelijkgesteld met een lijfrentepremie of een inleg op een lijfrentespaarrekening, zoals:
    • het opmaken van het klant- en risicoprofiel dat de tussenpersoon verplicht is op te maken om te mogen bemiddelen;
    • het inventariseren van de specifieke oudedagsvoorzieningen – niet de volledige financiële positie – van de klant in verband met de noodzaak voor een lijfrente;
    • de berekening van de ruimte voor premieaftrek, rekening houdend met bestaande lijfrenten en met de pensioenopbouw;
    • het vergelijken van lijfrenten en offertes van de diverse aanbieders van lijfrenten;
    • het aanvragen van de lijfrente bij de aanbieder en de afwikkeling van de totstandkoming daarvan; en
    • het incasseren van de premies ten behoeve van de aanbieder van de lijfrente.

De gelijkstelling is overigens niet van toepassing op de beloning van de adviseur als door diens bemiddeling geen lijfrente wordt gesloten of verlengd.

  • Er wordt een standpunt ingenomen ten aanzien van een foutieve boeking naar een lijfrentespaarrekening (wanneer de rekeninghouder per ongeluk op de lijfrenterekening heeft gestort terwijl het de bedoeling was om naar bijvoorbeeld een spaarrekening bij dezelfde bank te storten). Wordt de fout binnen drie maanden gemeld aan de bank, dan kan het bedrag zonder fiscale gevolgen worden teruggeboekt aan de klant.
  • Het komt voor dat een begunstigde van een lijfrenteverzekering overlijdt na expiratie van de lijfrente, maar voordat de begunstigde deze uitkering heeft aanvaard en heeft gekozen hoe hij het lijfrentekapitaal wil aanwenden. In dat geval mag er zonder fiscale gevolgen door de opvolgende begunstigde een nabestaandenlijfrente worden aangekocht.
  • Er wordt aangegeven aan welke eisen de lijfrentespaarrekening moet voldoen op het moment dat een ingegane lijfrenteverzekering wordt omgezet in een levenslange dan wel tijdelijke lijfrenterekening:
    • Bij omzetting van een ingegane lijfrenteverzekering in een levenslange lijfrenterekening tellen de al volgemaakte uitkeringsjaren mee voor de minimumlooptijd van 20 jaren na leeftijd 65 van de lijfrentespaarrekening. Wel moet de lijfrentespaarrekening nog minimaal vijf jaar lopen.
    • Bij omzetting van een ingegane lijfrenteverzekering in een tijdelijke lijfrenterekening moet de lijfrenterekening nog ten minste 5 jaren lopen of de op het moment van omzetting resterende duur van de omgezette lijfrenteverzekering als die looptijd korter is.
    • Bij omzetting van een levenslange lijfrente in een tijdelijke lijfrente tellen de al volgemaakte uitkeringsjaren niet mee. Wordt een levenslange lijfrenteverzekering omgezet in een tijdelijke lijfrenterekening, dan moet de lijfrenterekening na omzetting dus een minimale looptijd kennen van vijf jaar. Het is wel mogelijk een al ingegane levenslage lijfrente na het bereiken van de 70-jarige leeftijd om te zetten in een tijdelijke lijfrente van minimaal vijf jaar.
  • Er wordt een standpunt ingenomen over de fiscale afhandeling van schenken van een pre-Brede Herwaarderingslijfrente aan een buitenlands belastingplichtige. In dat geval vindt heffing van inkomstenbelasting plaats bij de schenker. De ontvanger van de lijfrentetermijnen is hierover schenkbelasting verschuldigd. Het besluit haakt hiermee aan op een uitspraak van de Hoge Raad.
  • Het standpunt over de fiscale afhandeling van schenken van een pre-Brede Herwaarderingslijfrente aan de echtgeno(o)t(e) door middel van een nieuw te sluiten lijfrenteverzekering of lijfrenterekening is nu ook in dit besluit opgenomen. Als de verzekeringnemer/rekeninghouder de andere echtgenoot is dan degene die in het verleden de lijfrentepremies van de pre-Brede Herwaarderinglijfrente heeft afgetrokken, moeten de uitkeringen worden belast bij de op het tijdstip van ontvangst meestverdienende echtgenoot.
  • Het komt voor dat er na overlijden van de verzekerde meerdere begunstigden zijn aangewezen voor een nabestaandenlijfrente. Aan elke begunstigde komt dan in beginsel afzonderlijk een nabestaandenlijfrente toe. Per nabestaandenlijfrente wordt de afkoopgrens kleine lijfrentes toegepast. Is er na overlijden een lijfrentekapitaal beschikbaar van in totaal € 6.000 en zijn er twee nabestaanden, dan kan elke nabestaande begunstigde er dus voor kiezen zijn of haar deel af te kopen, omdat dit deel onder de afkoopgrens van € 4.242 valt.
    Is het totale vrijgekomen lijfrentekapitaal minder dan € 4.242 en zijn er meerdere begunstigden, dan is het ook toegestaan om met instemming van alle begunstigden het lijfrentekapitaal aan één begunstigde te doen toekomen.

[Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden]

U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties

Plein+ shop

Shop
Lijfrentevoorzieningen

€ 44,50
Deze uitgave beoogt het overzicht in lijfrenteland (alsnog) te geven. Er wordt onder meer ingegaan op de verschillende regimes, de overgangsregelingen en de verschillende toegestane uitvoerders.


Deze uitgave maakt deel uit van Kluwer FinanciëlePlanningPlus.

Informatie en bestellen
Groepsrentebox

Als alternatief voor het afgeschafte concernfinancieringsregime

€ 37,50
Dit boek maakt in een turbulente periode waarin de groepsrenteproblematiek veelvuldig onderwerp van discussie is een tussenbalans op. Uitvoerig wordt ingegaan op de begrippen staatssteun en schadelijke belastingconcurrentie.
Informatie en bestellen
Lijfrentebanksparen voor ondernemers

€ 125,00
In deze e-studie staat het lijfrentebanksparen, en dan met name voor ondernemers, centraal. Er wordt uiteengezet welke eisen er worden gesteld aan bancaire lijfrenten. Verder worden de verschillende bancaire lijfrentevormen beschreven. Hierbij komen ook de verschillen met verzekerde lijfrenten aan bod. Deze verschillen pakken ten opzichte van lijfrente-verzekeringen soms in het voordeel van bancaire lijfrenten uit en soms in het nadeel. Kennis van deze verschillen kan in de advisering het verschil maken. Voorts wordt in deze e-studie ingegaan op de aftrekruimte voor lijfrentevoorzieningen. De aftrekruimte voor lijfrentevoorzieningen is aan strikte rekenregels gebonden. De rekenregels worden in de praktijk nogal eens lastig bevonden. Ten slotte komen de successierechtelijke en erfrechtelijke aspecten van lijfrentebanksparen naar voren. Met name over de erfrechtelijke aspecten van banksparen wordt in de advisering nogal eens te gemakkelijk heengestapt. Deze aspecten kunnen evenwel een zeer belangrijke rol spelen. Bij dit alles staat de zelfstandig ondernemer centraal. Zo zal onder andere worden ingegaan op de omzettingsmogelijkheid van s
Informatie en bestellen
Memo financiële planning - banksparen

Voor lijfrenten, aflossing eigenwoningschuld, goudenhanddrukstamrecht

€ 24,25
In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op de wijzigingen die de wet Depla/Blok - zoals het in de praktijk genoemd wordt - beschreven.


Deze uitgave maakt deel uit van Kluwer FinanciëlePlanningPlus.

Informatie en bestellen
De aftrekbeperking van bovenmatige deelnemingsrente

€ 32,96
Het afgelopen decennium is het renteaftreklandschap ingrijpend veranderd, met de invoering van art. 13l Wet Vpb 1969 als voorlopig sluitstuk. Deze maatregel betreft een aftrekbeperking voor deelnemingsrente en beoogt het Bosal-gat te dichten.


Klik hier om het e-book te bestellen.

Informatie en bestellen

Meest gelezen

Verdieping

Sinds 1 januari 2012 is de levensloopregeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. Voor bestaande deelnemers geldt overgangsrecht, waarbij de hoogte van het levenslooptegoed...
Met de verhoging van de vrijstelling is het belang van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet aanzienlijk toegenomen. Echter een onjuiste redactie van het testament of...
Meer verdieping

Stelling

Welke sociale media gebruikt u?
{ { {