Lijfrente en verrekenbeding bij echtscheiding
Man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Daarin stond dat er bij echtscheiding wordt afgerekend alsof er sprake is van gemeenschap van goederen (finaal verrekenbeding). Premies van levensverzekering zijn daarvan uitgezonderd. Volgens het hof in Amsterdam moet de lijfrente toch worden verrekend.
Meer op Fiscaal+
Man en vrouw zijn getrouwd op huwelijkse voorwaarden. In de voorwaarden is een finaal verrekenbeding opgenomen op grond waarvan bij echtscheiding verrekening plaats vindt alsof er sprake was van een huwelijk in gemeenschap van goederen. Premies en koopsommen voor levensverzekering zijn daarvan uitgezonderd. Per 13 januari 2010 zijn man en vrouw gescheiden. De man is verzekeringnemer op enkele lijfrenteverzekeringen en stelt dat deze polissen op grond van de genoemde uitzondering niet verrekend hoeven te worden. Rechtbank Utrecht stelt hem in het gelijk. De vrouw is het daar niet mee eens en gaat in beroep.
Hof Amsterdam geeft haar gelijk. In artikel 7 van de huwelijkse voorwaarden is bepaald dat ‘premies en koopsommen geheel ten laste komen van de echtgenoot te wiens behoeve de verzekeringsovereenkomst is gesloten'. Deze bepaling heeft volgens het hof ten doel te voorkomen dat bij overlijden belastingheffing op grond van artikel 13 Successiewet plaatsvindt. In het verrekenbeding is een uitzondering opgenomen voor deze premies. Daarmee wordt voorkomen dat door de werking van het verrekenbeding alsnog premies ten laste van de gemeenschap (en dus ook van de erflater) zijn gekomen, waardoor alsnog erfbelasting verschuldigd zou zijn. Volgens het hof is deze uitzondering alleen bedoeld voor de situatie dat er sprake is van ontbinding van het huwelijk door overlijden en niet in geval van echtscheiding. De lijfrenteverzekeringen behoren daarom tot de fictieve gemeenschap van goederen en er dient verrekening plaats te vinden. Wel mag rekening gehouden worden met latente inkomstenbelasting.
Twee manieren voor verrekening
In de praktijk komt het vaker voor dat ex-echtgenoten een of meerdere lijfrenten moeten verrekenen. Die verrekening kan op twee manieren worden uitgevoerd. Opmerkelijk is dat de fiscale gevolgen fors verschillen:
- overdracht van de helft van de lijfrenteverzekeringen aan de ex-echtgenoot. Deze methodiek kan zonder tussentijdse belastingheffing plaatsvinden (‘fiscaal geruisloos vervreemden'). Dit is onder voorwaarden goedgekeurd in onderdeel 9.3 van het besluit Ministerie van Financiën van 10 mei 2010.
- de ex-echtgenoot ontvangt de tegenwaarde in geld. Bij deze variant wordt de ex-echtgenoot direct belast voor wat ontvangen wordt. Voor de betalende ex-echtgenoot is deze betaling een aftrekbare onderhoudsverplichting.
Verrekenbedingen
In huwelijkse voorwaarden wordt vaak een verrekenbeding opgenomen. Populair is een periodiek verrekenbeding op grond waarvan overgespaarde inkomsten na afloop van het kalenderjaar verrekend kunnen worden. Naast het periodieke verrekenbeding bestaat het finale verrekenbeding dat pas werkt bij het einde van het huwelijk. Er wordt dan gedaan alsof er sprake was van gemeenschap van goederen.
Meestal wordt een finaal verrekenbeding slechts opgenomen voor ontbinding van het huwelijk door overlijden. Daarmee kan erfbelasting worden bespaard. Soms wordt een finaal verrekenbeding opgenomen voor het geval het huwelijk eindigt door echtscheiding. De echtgenoten kiezen daarvoor bijvoorbeeld als zij eigenlijk een huwelijk in gemeenschap van goederen wensen maar daarvan afzien omdat één van de echtgenoten een onderneming heeft.
Een verrekenbeding heeft doorgaans ten doel er voor te zorgen dat de vermogens van de echtgenoten niet te veel uit de pas gaan lopen. Daarmee wordt voorkomen dat bij overlijden meer erfbelasting verschuldigd is dan wanneer er sprake was van ongeveer gelijke vermogens. Het is immers op voorhand niet vast te stellen welke echtgenoot het eerst overlijdt. Zou er sprake zijn van gescheiden vermogens zonder verrekenbeding dan zou vermogensverschuiving tijdens het huwelijk aanleiding kunnen zijn voor de heffing van schenkbelasting.
Uitspraak: Hof Amsterdam 26 april 2012, nr. 200.080.404
[Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden]
Plein+ shop
€ 44,50
Deze uitgave maakt deel uit van Kluwer FinanciëlePlanningPlus.
Als alternatief voor het afgeschafte concernfinancieringsregime
€ 37,50
€ 125,00
Voor lijfrenten, aflossing eigenwoningschuld, goudenhanddrukstamrecht
€ 24,25
Deze uitgave maakt deel uit van Kluwer FinanciëlePlanningPlus.
€ 32,96
Meest gelezen
- Hoge Raad: dga niet langer aan te merken als ondernemer 14 december 2012 29818 keer bekeken
- Aandachtspunten bij aftrek hypotheekrente na scheiding 18 december 2012 29344 keer bekeken 3 reacties
- Eindejaarstip 2012 voor de IB-ondernemer: btw op privégebruik bedrijfsauto 13 december 2012 27871 keer bekeken
- Gebruikelijk loon stijgt in 2013 opnieuw 20 december 2012 27662 keer bekeken
- Kan verdeling pensioenrechten na een scheiding verjaren of niet? 18 december 2012 25818 keer bekeken